Menu
Terug

Bruce Springsteen – Western Stars

14 juni 2019

Zelf noemt hij het “een juwelenkistje van een album”. We begrijpen wat Bruce ‘The Boss’ Springsteen bedoelt, maar wij vinden ‘schatkist’ een veel toepasselijker woord voor zijn nieuwste soloplaat. Opnieuw een ijzersterk hoofdstuk in een epische muziekcarrière.

De feiten versus de ziel

‘Western Stars’ is het negentiende studioalbum van Bruce Springsteen. Zijn eerste volledig uit nieuw materiaal opgetrokken werk sinds ‘Wrecking Ball’ (2012) en zijn eerste soloalbum sinds ‘Devils & Dust’ (2005). Het werd nagenoeg helemaal opgenomen in Springsteens thuisstudio in New Jersey, met nog een paar dagen in Californië en New York. Tot zover de cijfers en droge feiten. Want een album van The Boss doe je daar geen recht mee.
Neen, Springsteens oeuvre draait om buikgevoel en rock van de meest intieme singer-songwriterbeginselen tot het spektakel dat volgeladen sportarena’s de ene keer in vuur en vlam zet, om er bij de volgende song een speld te horen vallen. ‘Western Stars’ heeft dat allemaal. We zouden je kunnen vertellen dat het een heel persoonlijk album is geworden, maar dat mag je van elk album van de man zeggen. Maar toch, we kunnen er eenvoudigweg niet omheen: het is een heel persoonlijk album geworden. Ook al plaatst de zanger zich vaak in de rol van verteller, want ook dat is een kunst die New Jersey’s gouden zoon als geen ander meester is.

Oostkustjongen bezingt de westkust

Voor ‘Western Stars’ putte Bruce Springsteen zijn inspiratie voor een groot stuk uit klassieke zuid-Californische popalbums uit laat jaren ’60 en begin jaren ’70. Zelf gaf hij het werk van Glen Campbell en Burt Bacharach als voorbeelden. Een voor de fans van zijn muziek herkenbare periode, maar een al veel minder herkenbare regio. “Het album is een terugkeer naar mijn solowerk met songs die door personages gedreven worden en breed uitgesmeerde filmische orkestrale arrangementen.”
Die personages passen perfect in het plaatje van Springsteen als songschrijver en verteller. En in het orkestrale horen we de invloed van Campbell en Bacharch, maar ook de soundtrack voor een moderne western. Niet zoals zijn ‘Secret Garden’ passeerde in ‘Jerry Maguire’ of zoals meer dan zestig andere films een scène van extra energie of gravitas voorzagen door er een Springsteen-nummer in te gooien. Neen, dit is eerder de soundtrack die helemaal is opgetrokken rond enerzijds de songteksten in kwestie en anderzijds die hoes van het album: een wilde mustang op een weidse open vlakte.

Muziek brengt je overal

Het is sinds ‘Nebraska’ en ‘The Ghost of Tom Joad’ geleden dat The Boss zich nog eens zo ver of zo specifiek buiten New Jersey waagde. Wie zijn Broadway-show zag (een absolute aanrader op Blu-ray overigens) hoorde hem daar met de nodige zelfrelativering zeggen dat hij de man was die ‘Born to Run’ schreef, maar nog altijd in de stad woont waar hij geboren was. Met ‘Western Stars’ bewijst hij dat je fysieke locatie bijzaak is en muziek je naar overal kan meevoeren. Of je nu in New Jersey of Brussel woont.
Springsteen bevestigt zijn imago van All American Man, maar zoals zijn al te vaak misbegrepen ‘Born in the USA’ belichaamt zijn muziek zowel de lichtste als de donkerste kant van de States. Ook de dertien tracks van ‘Western Stars’ druipen weer van de americana, met de voor westerlingen overbekende thema’s, met snelwegen en lege woestijnen, met isolatie en gemeenschap. Misschien is de man met de jaren milder geworden, hij is 69 jaar jong, maar dit album scoort een vrij sterke dosis hoop en de warmte van je ergens thuis voelen.

Toch niet zo heel solo

Bruce Springsteen brengt zijn nieuwste aan als een soloproject, maar in tegenstelling tot zijn eerdere solowerk nemen we dat deze keer liever met een korreltje zout. We zien immers aangenaam veel oude kompanen uit zijn E Street Band passeren. Zo zingt Patti Scialfa, Springsteens vrouw en E Street Band-vocaliste, mee op vier tracks. Andere gasten zijn David Sancious die begin jaren ’70 met de band toerde, Charlie Giordano, een man die sinds de dood van Danny Federici in 2008 de toetsen voor zijn rekening nam en Soozie Tyrell, een vaste waarde op de live tours.
Goed volk dat voor de orkestrale nummers werd aangevuld met strijkers, blazers en Jon Brion, een meester op de moog, celesta (ziet eruit als een piano, klinkt als een klokkenspel) en farsifa (een van de voorlopers van de synthesizer). Muziekkenners hoeven zich niet ongerust te maken: wij moesten die twee laatste zelf ook gaan opzoeken.