Menu
Terug

The Black Keys – Let’s Rock

Artiest van de maand
Leestijd minuten
02 juli 2019

Back to basics, zo zou je het alweer negende album van The Black Keys kunnen samenvatten. Veelzeggend voor een band die zijn hele sound uit een gitaar, een drumstel en een koppel stembanden puurt. Een franjeloze rockplaat die ode brengt aan de gitaar en aan aanstekelijke garage-boogie.

Vijf jaar is lang

Want zo lang hebben de fans van The Black Keys moeten wachten op deze opvolger voor ‘Turn Blue’. Raakt de creatieve productiviteit uit de beginjaren, die goed was voor een album per jaar en uitzonderlijk per twee jaren, uitgeput? Over ‘Turn Blue’ deden ze immers drie jaar en nu vijf voor ‘Let’s Rock’. Misschien zijn zes Grammy’s genoeg en kun je maar zoveel keer een festival als Coachella of Lollapalooza headlinen.

Die vonk

Niet dus. De jongens waren gewoon even met andere dingen bezig. Zanger-gitarist Dan Auerbach startte een andere band, begon een soloproject en producete albums van onder andere Lana Del Rey en The Pretenders. Drummer Patrick Carney begon met Sad Planets een eigen zijproject, schreef de begintune voor een populaire animatiereeks en producete het album van zijn verloofde Michelle Branch. Het duo had echter maar een dag samen in de studio nodig om die The Black Keys-vonk weer te doen overspringen.

De echte magie

Sterker nog: “We schreven die eerste dag al gelijk twee songs”, vertelde Carney. “Het klikte onmiddellijk. We zaten meteen in onze groove, waarbij we gewoon wat aanklooien.” En waarbij, als we mogen afgaan op de tracklist van ‘Let’s Rock’, dan blijkbaar plots onmiddellijk lekker in het oor liggende songs tevoorschijn komen. Auerbach beaamt die chemie: “Wanneer we samen zijn, dan zijn we The Black Keys, dat is waar de echte magie schuilt. Dat is al zo sinds we zestien waren.”

Laatste woorden

De titel van het album klinkt franjeloos direct, helemaal in lijn met de franjeloze sound die we met The Black Keys vereenzelvigen, maar er zit een minder eenvoudig verhaal achter. Tijdens de opnames van het album in Auerbachs Easy Eye Sound-studio in Nashville, stuitte de zanger op een krantenartikel over de eerste executie in Tennessee in meer dan een decennium. De laatste woorden van de veroordeelde waren “Let’s rock”. Dat verklaart meteen de elektrische stoel op de albumcover.

Hommage aan de elektrische gitaar

“Niets doet je meer over het leven nadenken dan de dood”, vertelde Auerbach, maar toch, of misschien juist daarom is ‘Let’s Rock’ geen echt donkere of sombere verzameling songs geworden. Sober is het dan weer wel. Maar weinig bands puren zoveel variatie en zo’n volle sound uit zo weinig ingrediënten. Carney noemt het album “een hommage aan de elektrische gitaar” en je kunt niet anders dan het daarmee eens zijn. Meer nog dan op de voorgangers kozen Auerbach en Carney voor een eenvoudige aanpak waar elk greintje vet met chirurgische precisie werd weggesneden.

Zonder voorbereiding, zonder discussie

Dat betekent dat je op ‘Let’s Rock’ zelfs niet het occasionele keyboard zal horen. De enige ‘toegevoegde smaakstoffen’ zijn de uitstekende backing-vocals van Leisa Hans en Ashley Wilcoxson. Voor de rest werd het integrale album geschreven, live ingespeeld en geproduced door Auerbach en Carney zelf. Zoals gebruikelijk voor The Black Keys gebeurde dat hele proces in de studio, zonder dat er op voorhand materiaal geschreven was en zonder veel discussie tijdens.

Luider dan ooit

Intussen noemde Rolling Stone de eerste single ‘Lo/Hi’ al een “song die je moet kennen” van een band die “officieel terug is en luider dan ooit”. The New York Times had het dan weer over “het soort garage-boogie die deze band nooit achterliet”. Wij kunnen hen daarin volgen en niet dat we de vorige twee albums als ‘minder’ kunnen bestempelen, zijn we ergens wel enthousiast dat ‘Let’s Rock’ ons terugvoert naar The Black Keys zoals we hen leerden kennen … en zoals ze ons van de sokken bliezen.

Bekijk commentaar () Verberg commentaar ()