Menu
Terug

12 tips voor wassen en drogen

Ervaringsdeskundigen vertellen
Leestijd minuten
24 april 2019

Beter, slimmer en makkelijker wassen en drogen? Doe je voordeel met deze twaalf tips.  Minder moeite voor jou, een langere levensduur voor je wasmachine en droogkast, en een beter was- en droogresultaat voor je kleding.

1. Check die filter

Dit geldt zowel voor de wasmachine als de droogkast. Maak hiervan een routine na elke was- en droogbeurt. Het kost je maar een half minuutje. Laat stof, textielpluisjes en kledingvezels niet ophopen. Ze maken je wasmachine en droogkast minder efficiënt en ze versnellen de slijtage van je toestellen. Maak ook één keer per jaar de filter zelf schoon met wat water, een beetje detergent en een oude tandenborstel.

2. Check dat label

Ook al lijkt dat nieuwe hemd precies op die andere tien die je hebt, controleer altijd het kledinglabel op eventueel andere temperatuur-, product-, of andere wasvereisten. Of het in de droogkast mag en zo ja, onder welke voorwaarden.

3. Ritsen dicht, knopen open

Zo verhinder je dat ritsen de andere, meer delicate kledingstukken beschadigen of de binnenkant van je glazen deur bekrassen. Om dezelfde reden stop je bh’s met haakjes liever in een lingeriezakje. Of een kussensloop, dat werkt ook. Open knopen aan kragen en mouwuiteinden. Zo vermijd je beschadiging van zowel de knopen als knoopsgaten.

4. Vier stapels was

Scheid je was in vier stapels: wit, lichtgekleurde, donkergekleurde/zwart en delicaat. Wil je een wasbeurt uitsparen, dan kunnen wit en lichtgekleurd meestal samen gewassen worden. 

5. Doe de ‘bloedtest’

Niet zeker of dat nieuwe felkleurige T-shirt die kleur niet met je andere wasgoed zal delen? Maak het op een discreet plekje nat en dip dat met een witte zakdoek of sok. Als er niets verkleurd, mag het er gewoon bij.

6. Maak alle zakken leeg

Ook die zakken die zich niet laten uittrekken. De inkt van dat kassabonnetje in de borstzak van je witte hemd. Of die kauwgom in je achterzak. Of dat euromuntje dat je wastrommel kan beschadigen. 

7. Dippen, niet schrobben

Een dramatische vlek gemaakt? Wasproduct erop en dippen maar. Met stevig schrobben werk je die vlek alleen maar dieper de vezels in. Zacht wrijven, waarbij je liefst van de buitenkant van de vlek naar binnen werkt.

8. Vol, maar niet overvol

Laat je droogkast pas draaien wanneer je een volle lading te drogen hebt. Zo spring je het efficiëntst met energie om. Vol, maar niet overvol, want dat maakt de droogtijd langer en je kleding komt er met meer kreuken uit. Gun je wasgoed de ruimte om te ‘rollen’.

9. Game, set en was!

Gooi tijdens het laatste half uur van het drogen van verenkussens of donsdekens een paar tennisballen in de trommel. Zo komt alles er meer fluffy uit. Nog beter: koop twee speciale droogkastballen.

10. Nat versus droog

Gooi geen natte was bij een al gedeeltelijk gedroogde lading. Dat brengt in moderne droogkasten de sensors in de war en kan beschadiging door overdrogen opleveren. Wel kun je een droge badhanddoek bij natte was doen. Die absorbeert dan een gedeelte van het vocht en vergroot zo het totale droogoppervlak. Een overdadig gedroogde handdoek is geen drama.

11. Schudden, dan drogen

Het vraagt een minuutje meer tijd, maar je kleding en wasgoed uitschudden nadat je het uit de wasmachine hebt gehaald, gaat niet alleen kreuken tegen, maar vermindert ook de droogtijd.

12. Klaar? Uithalen!

Tenzij je zo’n nieuw model van droogkast hebt dat je was na het droogproces langer luchtig houdt, haal je je kleding er na afloop van de droogcyclus liefst zo snel mogelijk uit.