Menu
Terug

Tien vuistregels voor een goede hygiëne in je keuken

Zo hoort het in elke keuken
Leestijd minuten
14 mei 2020

Je keuken kan voor je het weet een hotspot voor bacteriën worden. Je weet dan ook dat alles goed schoon moet zijn. Maar wist je dat kaas en vlees beter hun eigen plekje in de koelkast krijgen? Dat je minimaal twee snijplankjes moet hebben? Dit zijn tien tips voor een goede keukenhygiëne van onze expert.

1. Een schone keuken vraagt om een schone chef

Een goede keukenhygiëne begint met een goede persoonlijke hygiëne. Dus was eerst je handen. Ben je met kaas en rauw vlees in de weer geweest, was je handen dan telkens vooraleer je verder werkt. Zorg dat je altijd een schone, licht vochtige doek binnen handbereik hebt, en een keukenschort beschermt niet alleen je kleren tegen spatten, maar tegelijk je eten tegen wat je misschien meedraagt op je kleren. Niezen, hoesten en kuchen in de keuken is uiteraard uit den boze.

keuken, hygiëne

2. Vergeet de spons niet

Deze spreekt voor zich: een hygiënische keuken is een keuken waar alles schoon is. Dat is meer dan een smetteloos werkblad. Elk toestel, van een ingebouwde oven tot het mes in je keukenrobot of het bakje van je broodbakmachine, maak je na gebruik schoon. Geef regelmatig ook de binnenkant van je koelkast en dampkapfilter een beurt. Weet dat afwasborstels en sponsjes die niet goed uitgespoeld en gedroogd worden, een paradijs voor bacteriën zijn.

keuken, hygiëne

3. Houd het droog

Net zoals die spons of afwasborstel houd je liefst je hele keuken droog. Vochtigheid is vragen om problemen. Dus droog de wasbak uit. Hang natte keukenhanddoeken liefst elders te drogen. Dat broodmes en vergiet net even zelf gewassen omdat je ze liever niet in de afwasmachine stopt, laat ze dan niet uit zichzelf drogen en zeker niets nog vochtig in een kast opbergen. Condensatie of een paar druppeltjes melk in je koelkast? Zo snel mogelijk weg ermee. Dat opvangbakje van je koffiemachine? Regelmatig legen en droogwrijven. Check ook af en toe of de afloop van je wasbak niet lekt.

4. Afval in de keuken?

Staat bij jou de afvalemmer ook in de keuken? Oké, het is praktisch, maar daarom nog geen goed idee. Kies in ieder geval voor een goed afsluitend exemplaar dat je handenvrij kunt openen. Zo’n ingebouwd bakje onder de gootsteen is handig, maar eigenlijk onverantwoord. Kies ook voor een klein model, dat je elke avond dwingt om het te legen in een grotere container die niet in je keuken staat.

5. Vermijd kruisbesmetting

Rauw vlees, vis en kaas mixen niet goed met elkaar en met andere voedingsmiddelen. Slagers zijn niet voor niets wettelijk verplicht om kaas en vlees in aparte compartimenten te bewaren. Volg hun voorbeeld en gebruik zoveel mogelijk afsluitbare plastic dozen. In je voorraad- en koelkast. Weet ook dat de gemiddelde snijplank meer bacteriën telt dan de gemiddelde wc-bril. Reserveer een snijplank voor rauw vlees, vis en kaas, en een andere voor groenten.

keuken, hygiëne

6. Eerst wassen, dan pas de koelkast in

Ga tegen de reflex in om groenten en fruit onmiddellijk van je winkeltas in de koelkast te leggen. Het is altijd slim om de tijd tussen de koelruimte in de winkel en die bij je thuis zo kort mogelijk te houden, maar die vijf extra minuten die je nodig hebt om het eerst grondig af te spoelen, maken het verschil niet uit. Je wilt immers groenten en fruit bewaren, niet het vuil, eventuele restanten van pesticiden en bacteriën. Bijkomend voordeel: het spaart je tijd uit wanneer je begint te koken.

keuken, hygiëne

7. Twijfel? Weggooien!

Een uiterste houdbaarheidsdatum op de verpakking is handig, maar geen garantie. Er kan altijd iets misgegaan zijn tijdens de koelketen. Net zoals bij die zelfgemaakte karbonades of die kwartpizza van gisteravond geldt: als het er twijfelachtig uitziet, ruikt of een vreemde consistentie heeft, gooi je het beter weg. Overdrijf echter niet door een ietwat gehavend, maar verder nog perfect eetbaar stuk fruit of groente ook naar de vuilnisemmer te verwijzen. Maak er een wekelijkse gewoonte van om je koelkast van ‘vergeten’ items te ontdoen.

8. Koelen of verwarmen zonder compromis

Ontvries nooit iets op je aanrecht, maar in de koelkast, of in je oven of microgolfoven als die over zo’n functie beschikt. Of dompel het luchtdicht verpakt onder in koud water. Overschotten gaan eerst in een plastic container, daarna even in de vriezer om de temperatuur snel omlaag te brengen, en dan pas in de koelkast. De ‘gevaarlijke temperatuurzone’ voor heel wat voedsel zit tussen 4° en 60° Celsius. Voeding die aan bederf onderhevig is, ook opgewarmde restjes, verhit je daarom minstens tot 70° Celsius voor je het opdient. En weet dat 70° Celsius aan de buitenkant niet altijd 70° Celsius binnenin is. Een culinaire thermometer die je die binnenkant laat meten, mag in geen enkele keuken ontbreken.

9. De vergeten buitenkant

Dat je de binnenkant van je koelkast, oven en andere toestellen in de keuken moet schoonmaken, dat spreekt voor zich en zou inmiddels een vaste routine moeten zijn. Maar te vaak vergeten we de buitenzijde. Terwijl we die nochtans vaak zonder altijd eerst onze handen te wassen, aanraken. Besteed daarom regelmatig wat schoonmaakaandacht aan bedieningspanelen, of dat nu aanraakdisplays zijn of de knoppen van je fornuis. Ontsnappen ook vaak aan onze aandacht: handvatten van kasten, schuiven, ovens, koelkasten, …

keuken, hygiëne

10. Proeven mag, maar …

Tenzij je echt zeker bent van je zaak, wil je natuurlijk zelf even proeven of die saus niet een snuifje meer zout of kruiden kan gebruiken. Dat doet elke zichzelf respecterende chef. Doe dat echter nooit met de kooklepel of bakspatel, maar gebruik een aparte lepel of vork die je telkens weer even onder stromend water schoonmaakt.

Bekijk commentaar () Verberg commentaar ()