Menu
Terug

Foodfotografie tips & tricks

Word een instant foodfotograaf en laat je foodfoto’s viraal gaan
Leestijd minuten
25 oktober 2017

Foodfotografie lijkt makkelijk, toch? Een mooie foto van een bordje eten maken. Alles blijft perfect op zijn plaats, het is meestal kleurrijk en het is klein genoeg om makkelijk te manipuleren. En toch blijken foto’s van gerechten bij de taaiste klusjes voor amateurfotografen. Onze expert heeft alvast een handvol gouden tips.

#1 Natuurlijk licht

Om een gerecht er smakelijk te laten uitzien, gebruik je best daglicht. Vermijd echter direct zonlicht, want dat geeft harde schaduwen. Zet het bord naast een raam en fotografeer het zodat het licht langs links op het bord valt. Moet je met kunstlicht werken omdat het te donker is, probeer dan het licht zachter te maken door een wit doek of papier tussen de lamp en het bord te plaatsen. Zet eventueel een wit stuk karton aan de andere kant van het bord om schaduwen in te vullen.

Foodfotografie: zorg voor natuurlijk licht

#2 Hou het wit

Bij foodfotografie kan het geen kwaad om je foto iets te overbelichten. Daardoor zien de kleuren er frisser uit en wordt het wit van het servies echt wit. Overbelichten doe je het makkelijkst door de belichtingscompensatie (symbooltje met plus- en minteken) op een positieve waarde te zetten. Controleer het resultaat op het schermpje van je camera, want je mag niet te veel overbelichten. Werk je met kunstlicht, gebruik dan de witbalansregeling om gele kleurzwemen weg te werken.

Foodfotografie: zoek een hoek

#3 Zoek een hoek

Er is niet één goede manier om eten te fotograferen. Experimenteren en proberen is de boodschap. Een klassiek shot van bovenaf werkt goed als er een mooie compositie op het bord ligt. Als je vanuit een schuine hoek fotografeert, krijg je meer een diepte-effect. Wil je een reeks foto’s met dezelfde hoek (bijvoorbeeld om de stappen van een recept te fotograferen), zet je camera dan vast op een statief en markeer de exacte positie van het bord. Fotografeer ook eens van opzij.

#4 Kies je lens

Wil je vaak aan foodfotografie doen, overweeg dan om een macrolens aan te schaffen voor je camera met verwisselbare lenzen. Met zo’n lens kun je heel fraaie close-ups maken. Een macrolens met een brandpunstafstand rond 60 mm voor een camera met cropsensor, of 90 mm voor een full-framesensor werkt het best. Heb je een camera met ingebouwde lens, zoom dan in om bepaalde ingrediënten te isoleren op de foto. Wil je een overzichtsfoto met meerdere schotels op een tafel, dan zoom je weer uit.

#5 Hou het smakelijk

Ervaren foodfotografen gebruiken allerlei trucjes om eten er smakelijk te laten uitzien. Groene groenten zoals boontjes of broccoli kook je niet helemaal gaar; blancheer ze heel even, zodat ze hun kleur behouden. Sla en rauwe groenten maak je wat nat zodat ze glimmen. Doe wat olijfolie op een vel huishoudrol en veeg het over het vlees of de vis om een mooie glans te krijgen. Werk snel, zodat warme maaltijden blijven dampen en ijsjes niet smelten.

Foodfotografie: hou het smakelijk

#6 Combineer kleuren

In een foodfoto zitten meestal drie lagen kleuren: het eten zelf, het bord of de schotel en de ondergrond (een tafel of vloer). Het is een enorme uitdaging om een boeiende foto te maken van een wit stuk vis op een wit bord op een witte tafel. Maak het jezelf gemakkelijk door kleuren af te wisselen en te contrasteren. Om de ondergrond te variëren, kun je placemats of tafellinnen in verschillende kleuren gebruiken, maar ook een houten snijplank of een houten meubelpaneel uit de doe-het-zelfzaak kan als ondergrond dienen.

Bekijk commentaar () Verberg commentaar ()