Menu
Terug

Fototips voor steden in het donker

Leg het stadsleven vast
Leestijd minuten
02 November 2018

De wintermaanden zijn een ideale periode om een stad te fotograferen. Het wordt ’s winters immers snel donker, en daardoor hoef je niet lang op te blijven om mooie nachtopnames te maken.

Het blauwe uurtje

De ideale lichtomstandigheden om steden op winteravonden te fotograferen, vind je tijdens het zogenaamde ‘blauwe uurtje’. Dat is de periode waarin de dag overgaat in de nacht (of andersom), dus rond zonsondergang (of zonsopgang). Tijdens het blauwe uurtje kleurt de lucht geleidelijk donkerder. De kleur gaat van lichtblauw over donkerblauw tot zwart. En voor stadsfoto’s is zo’n donkerblauwe achtergrond vaak mooier dan een zwarte hemel. Het blauwe uurtje duurt niet echt een uur lang; in de wintermaanden heb je ongeveer drie kwartier overgang tussen dag en nacht. Er bestaan websites en apps (zoek op ‘Blue hour calculator’) waarmee je kunt opzoeken wanneer het blauwe uurtje begint op de locatie waar je wilt fotograferen. Zo kun je ervoor zorgen dat je op het juiste moment ter plaatse bent.

1. Bereid je voor

De Grote Markt van Leuven tijdens het blauwe uurtje.

Het blauwe uurtje duurt zoals gezegd minder lang dan de naam laat vermoeden. Daarom is het nuttig als je vooraf al weet welke plekken in de stad je wilt fotograferen. Ga vooraf op verkenning en noteer wat je wilt vastleggen op je lens. Zoek op Flickr en Instagram naar foto’s van de stad die je wilt bezoeken om inspiratie op te doen. Via Google Street View kun je een virtuele stadswandeling maken om locaties te ontdekken.

Zorg ook voor aangepaste kleding. Fotograferen is vooral stilstaan en dan koel je tijdens de wintermaanden snel af. Een warme jas, eventueel een hoofddeksel en handschoenen zijn nuttig. Er bestaan speciale handschoenen voor fotografen die je handen warm houden en toch soepel genoeg zijn om de knopjes op je camera te kunnen bedienen. Voor smartphonefotografen zijn er handschoenen waarmee je het aanraakscherm kunt blijven bedienen. Denk er ook aan om de batterij van je camera volledig op te laden; door de kou gaat een batterij sneller leeg.

2. Gebruik een statief

De Citadel van Dinant tijdens het blauwe uurtje. Voor dit soort opnames gebruik je best een statief.

We gaan fotograferen op het moment dat de zon ondergaat en er dus steeds minder (dag)licht is. Om een goede foto te maken bij weinig licht zijn er twee mogelijkheden. De gevoeligheid (ISO-waarde) van de camera omhoog, maar dat gaat ten koste van de beeldkwaliteit. We kiezen daarom beter de andere oplossing, namelijk een langere sluitertijd gebruiken. De periode waarin de camera licht opvangt, wordt dus langer. We moeten er dan wel voor zorgen dat de camera tijdens deze periode niet beweegt, want dan wordt de foto onscherp.

De beste manier om dat te doen, is een statief gebruiken. Met zo’n driepoot op een stevige ondergrond kun je je camera in de gewenste positie zetten. Er bestaan ook aangepaste statiefjes voor smartphones. Het is best als je de camera niet moet aanraken om af te drukken. Gebruik de zelfontspanner of een app waarmee je de camera vanop afstand kunt bedienen.

3. Speel met lange sluitertijd

Een brug boven een tunnel, zoals hier op de Brusselse Kleine Ring, is een ideale plaats om lichtstrepen vast te leggen.

Zoals in de vorige tip al uitgelegd, werken we met een lange sluitertijd om een goed belichte foto te krijgen. Voor een gebouw maakt het niet uit hoe lang de sluitertijd is - dat staat stil. Als je echter ook bewegende onderwerpen in je foto opneemt, kun je heel creatieve foto’s maken. Wanneer er mensen door het beeld wandelen, zullen ze niet scherp afgebeeld worden, maar als vage schimmen. Bij vlaggen zie je op foto als het ware hoe ze in de wind wapperen.

Als je een plek fotografeert waar auto’s voorbijrijden, kun je proberen om de koplampen lichtstrepen op je foto te laten schilderen. Hiervoor heb je een sluitertijd nodig tussen vijftien en dertig seconden, afhankelijk van hoe snel de auto’s rijden. Zet je camera in sluitersnelheidkeuze of manuele modus en experimenteer tot je het gewenste resultaat hebt. Uiteraard heb je hiervoor een statief nodig.

4. Speel met reflecties

De Graslei in Gent oogt nog veel mooier als je de reflectie van gebouwen in het water mee in je foto neemt.

Heel wat steden zijn gegroeid langs of rond een rivier, of worden doorkruist door grote of kleine waterwegen. Water is een spiegelend oppervlak en dat kun je prima gebruiken voor een fotografisch effect. Kies je standpunt zo dat het gebouw dat je fotografeert weerspiegeld wordt in het water. Met stilstaand water krijg je dan een spiegelbeeld van het gebouw op het wateroppervlak. Is het water in beweging, dan zal het spiegelbeeld waziger zijn.

Ook zonder rivieren of kanalen kun je dit effect gebruiken. Het is dan wachten op een regenbui. Trek er na de regen op uit en ga op zoek naar plassen of plaatsen waar gladde straatbekleding ligt, zoals kasseien. Plaats je camera op een laag standpunt en fotografeer de reflectie in het water. Als je camera een scherm heeft dat kan uitklappen, gebruik dat dan om je compositie te bepalen - dat is veel handiger dan wanneer je zelf moet bukken.

5. Let op de witbalans

De burcht van Bouillon baadt in gelig licht. Kies je witbalans zo dat deze warme gloed niet verloren gaat.

’s Nachts zijn onze steden verlicht door kunstlicht. Daarvoor worden verschillende lichtbronnen gebruikt zoals natriumlampen, metaalhalogeenlampen en tegenwoordig steeds vaker LED-lampen. Dan zijn er nog de lichtbronnen in de gebouwen zelf en soms ook verlichte reclame. Door dit allegaartje van lichtbronnen heeft de automatische witbalansregeling van je camera het vaak moeilijk. Je krijgt dan een foto met een kleurzweem of met een veel te ‘koel’ licht.

Controleer je opname op het scherm van de camera en kies eventueel een andere instelling voor de witbalans, bijvoorbeeld Gloeilamp of tl-licht. Zeker als je in JPEG-formaat fotografeert, is een goede witbalans belangrijk, want het is moeilijk om de kleuren achteraf nog aan te passen. Als je in RAW-formaat fotografeert, kun je de witbalans in nabewerking wel aanpassen. Je kunt dan achteraf experimenteren tot de kleuren zo weergegeven worden dat de sfeer van de avond goed behouden blijft.

6. Maak een panorama

De Dijver is de meest gefotografeerde plaats van Brugge. Met een panorama krijg je beide oevers in beeld.

Soms zie je een stadszicht dat zo groot is dat het niet op een foto past. Dat is het moment om een panorama vast te leggen. Het makkelijkst gaat dat met een smartphone of met een compactcamera met ingebouwde panoramafunctie. Kies voor een panorama van 180 graden en beweeg de camera aan een constante snelheid rond terwijl je zelf zo stil mogelijk staat.

 

Heeft je camera geen panoramafunctie, maak dan verschillende foto’s die je nadien aan elkaar plakt. Het is belangrijk dat de camera op een statief staat en dat je de camera rond zijn horizontale as laat draaien. Zorg voor voldoende overlap tussen de verschillende foto’s. Zet de camera in manuele belichtingsmodus en stel zelf de witbalans in, anders zullen de kleuren en helderheid van de verschillende foto’s te veel wisselen. Beeldbewerkingssoftware zoals Adobe Photoshop Elements kan de opnames automatisch combineren tot een panorama.

België is tientallen steden rijk die een fotografische uitstap verdienen. We kiezen er vier uit die de fotograaf veel mogelijkheden bieden.

Brugge

Tijdens de zomermaanden wordt Brugge platgelopen door toeristen. Later op het jaar is het er veel rustiger, zeker als je wacht tot het donker wordt. Je kunt dan ongestoord je statief opstellen. Gebruik het water van de reien (de kanaaltjes in de binnenstad) om te spelen met reflecties. De meest gefotografeerde plek is het zicht over de Dijver vanop de hoek van Rozenhoedkaai en Pandreitje. Ook de Markt is een prima plek voor avondlijke foto’s, met het Belfort, het Provincaal Hof en een rij historische trapgevels als hoogtepunten. Voor liefhebbers van moderne architectuur is er het Zand met het nieuwe Concertgebouw. Maar ook de smalle middeleeuwse straatjes met kasseien zijn de moeite.

Luik

De blikvanger van de Vurige Stede is nog steeds het station, ontworpen door architect Santiago Calatrava, dat in 2009 in gebruik werd genomen. ’s Nachts is deze spoorwegkathedraal mooi verlicht. Je kunt zowel in het station zelf fotograferen als van buiten. Zoek ook eens een hoger standpunt: vanaf de Rue de l’Observatoire kun je het station van bovenaf fotograferen. En als je daar dan toch bent, richt je camera dan ook eens op de elegante Pont des Guillemins, een brug met een opvallend design. Ben je uitgekeken op het station, draai je dan richting de Maas om de Paradis-toren te fotograferen, een 118 meter hoog kantoorgebouw.

Brussel

Voor Brussel geldt hetzelfde verhaal als voor Brugge: de herfst en winter zijn de beste periode om ongestoord door toeristen je statief op te stellen. Een goed vertrekpunt is de Grote Markt, met het stadhuis en de vele historische gebouwen. Ook de straten errond bulken van de fotografische motieven. Zit je graag binnen, stap dan de Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen binnen en stel je statief pal in het midden van de galerij op, zodat je een mooi symmetrisch beeld krijgt. Gebruik een lange sluitertijd om de passanten onscherp weer te geven. Een klim naar de top van de Kunstberg beloont je met een mooi zicht op de oude benedenstad. En als je daar dan toch bent, sla zeker het Koningsplein niet over.

Antwerpen

Het historisch centrum van Antwerpen heeft voor de fotograaf heel wat te bieden, maar sinds kort heeft de stad er een attractie bij die zich uitstekend leent voor avondfotografie: het Havenhuis aan het Kattendijkdok. Architecte Zaha Hadid ontwierp een futuristisch gebouw in de vorm van een schip dat bovenop het historische Havenhuis geland is. Je fotografeert het best van aan de overkant van het dok (Siberiastraat). Probeer ook de reflectie in het water mee in beeld te brengen. Wil je het Havenhuis combineren met lichtstrepen, zoek dan een plekje langs de Merantistraat of de Mexicostraat.

Bekijk commentaar () Verberg commentaar ()