Menu
Terug

Tien tips voor de beste zelfportretten

06 oktober 2021

Of het nu voor je nieuwe identiteitskaart of lidkaart is, een profielfoto voor LinkedIn, of voor je datingprofiel, het maken van een goed zelfportret is minder evident dan je denkt. Onze huisfotograaf vertelt je hoe je dat doet.

1. Check de vereisten

Voor officiële documenten, zoals een identiteitskaart en een paspoort, zijn er strikte richtlijnen voor de fotokwaliteit, belichting, achtergrond, positie en houding. Zelfs de gezichtsuitdrukking en positie van je bril zijn belangrijk! Een foto die daar niet aan voldoet, wordt simpelweg geweigerd. Wil je het er toch op wagen, zoek de vereisten dan eerst op. Of speel op zeker en wip binnen bij een professionele fotograaf.

2. Houd de camera recht voor je

Bij pasfoto’s voor niet-officieel gebruik, zoals voor de lidkaart van een sportclub, is het vooral belangrijk dat je goed herkenbaar op de foto staat. Dat lukt het best als de camera of smartphone op ooghoogte staat, recht voor je. Controleer de positie met de selfiecamera van je smartphone of gebruik het uitklappend scherm als je camera dat heeft. Houd de camera zeker niet hoger dan je gezicht, zoals voor ‘selfies’ vaak gebeurt.

3. Licht en kleur

Vermijd harde lichtbronnen zoals de zon of een felle lamp, want die werpen lelijke schaduwen op je foto. Zoek een plekje in de schaduw of ga aan een raam staan. Zo krijg je zacht licht en is je gezicht goed te herkennen. Een neutrale witte of lichtgrijze achtergrond is het beste voor pasfoto’s. Vermijd fel gekleurde muren, want dan riskeer je dat je huid een onnatuurlijk tintje krijgt. Je wilt er niet uitzien alsof je geelzucht hebt, toch?

4. Verberg je kinnen

“Ik wist niet dat ik zo’n onderkin had” is een reactie die heel wat mensen hebben als ze een foto van zichzelf zien. Als je geen tijd meer hebt voor een crashdieet, is er een simpel trucje om een onderkin weg te moffelen. Trek je schouders naar achteren en steek je nek iets naar voren, alsof je je voorhoofd dichter naar de camera wilt duwen. Overdrijf niet, want dat word je nek onnatuurlijk lang en sta je als Jar Jar Binks op de foto.

5. Kijk vrolijk

Voor een officieel identiteitsdocument is een foto waarop je breed glimlacht of je mond opent niet toegestaan. Voor andere ID-foto’s is het niet verplicht te kijken alsof je net een pot zure augurken hebt gegeten. Maar spontaan lachen is moeilijk. Probeer te denken aan het grappigste dat je onlangs hebt meegemaakt. Lukt dat niet? Zeg dan het Engelse woord ‘money’. Daarbij ontspant je kin en gaan je mondhoeken naar boven, en dat ziet eruit als een best geloofwaardige lach. Het werkt beter dan het klassieke ‘cheese’!

6. Poseren voor sociale media

Als je geen ‘pasfoto’ maakt, maar een profielfoto voor sociale media, toon je meer dan alleen maar je gezicht. Je houdt of plaatst de camera dan wat verder van jezelf. Een statief kan daarbij van pas komen, maar je kunt de camera of smartphone ook op een plank of rek plaatsen. Tip: als je camera WiFi heeft, kun je een app op je smartphone gebruiken om hem vanop afstand te bedienen. Anders gebruik je de timer (zelfontspanner).

7. Ga staan

Als je neerzit, zie je er stijf en saai uit. Tenzij je een doodsaaie job hebt en een foto voor LinkedIn maakt, mag het best wat levendiger. Ga dus rechtstaan. Zet je voeten niet vlak naast elkaar: spreid je benen wat en draai een voet naat buiten. Laat wat ruimte tussen je armen en je lichaam om er slanker uit te zien. Plaats je handen in je heupen of neem iets vast zoals een pen of een bal – afhankelijk van waar je de foto wilt gebruiken.

8. Maak de achtergrond zacht

Doordat de camera verder van je staat, zal er ook meer van de achtergrond te zien zijn. Maar het gaat natuurlijk om jou. Op een fotocamera gebruik je de diafragmakeuze en je stelt een groot diafragma in – het laagste getal dat je lens heeft, bijvoorbeeld f/1.8. Op een smartphone kies je voor de bokeh- of portretmodus. Die maakt de achtergrond ook zacht via een softwaretrucje, maar het resultaat is hetzelfde: jij staat helemaal in the picture.

9. Maak veel foto’s

Digitale foto’s kosten niets, dus maak je er best meteen een hele reeks. Varieer de poses: doe wat met je handen, ga eens anders staan, probeer te lachen (money!) of net heel ernstig te kijken. Je maakt zelfportretten, dus het maakt niet uit dat er foto’s bij zitten waar je niet goed op staat – niemand anders ziet ze. Op een sessie zou je zeker vijftig foto’s moeten hebben waaruit je dan later de beste selecteert en bewerkt (zie volgende tip).

10. Bewerk met mate

Op een profielfoto wil je er goed uitzien, en daar komt vaak een streepje retouche bij. Met je favoriete app (Snapseed is gratis en goed) of computersoftware maak je je foto’s net iets beter. Wat nooit kwaad kan: wallen onder de ogen wegwerken, pukkels of puistjes verwijderen, en de ogen wat helderder maken. Maar overdrijf niet: verander je huid niet in die van een barbiepop, want dat komt erg fake over. Tip: toon de bewerkte foto aan een vriend(in) en vraag hun oordeel over de edit.

Bekijk commentaar () Verberg commentaar ()